HomeArchive

In het februarinummer van 'Apollo, International Magazine of the Arts', publiceert Michaela Braesel een artikel over de betrokkenheid van William Morris en Edward Burne-Jones bij de Rubáiyát van Omar Khayyám. Morris voorliefde voor de 'Rubáiyát' bleek wel uit het feit dat hij vier manuscripten kalligrafeerde, waarvan er twee werden geïllustreerd door Burne-Jones.
Braesel laat zien hoe Morris en Burne-Jones te werk gingen en vergelijkt de eerste twee van de vier 'Rubáiyáts' met ander gekalligrafeerd werk uit dezelfde periode. Het eerste van deze twee manuscripten dateert uit de periode voorjaar 1871 en 16 oktober van het daarop volgende jaar en bevindt zich nu in de British Library. Het was bedoeld als verjaardagsgeschenk voor Georgina, echtgenote van Edward Burne-Jones. In 1981 werd door de Phaidon Press in Oxford een facsimile versie van dit manuscript gepubliceerd.
Het tweede manuscript wordt door Braesel, op grond van materiaalgebruik, stijlkenmerken en bronnenstudie gedateerd in dezelfde periode. Dit manuscript was bestemd voor Frances Graham, de dochter van een vriend van Burne-Jones. Braesel stelt dat het initiatief voor deze tweede 'Rubáiyát' (tegenwoordig in privé bezit) door Burne-Jones genomen werd, die de tekst eerder kende dan Morris. De stijlkenmerken en de vormgeving verraden dat Burne-Jones hoogst waarschijnlijk eerder aan deze versie begonnen was dan aan het British Library exemplaar. Bovendien drukt zijn stempel er zwaarder op.

In haar artikel neemt Braesel een aantal voorbeelden van illustraties en versieringen op, ter vergelijking met andere manuscripten, zoals 'A Book of Verse' (1870), 'The story of the Volsungs and Niblungs" (1870), 'The story of the Ynlings' (1872) en andere.

Het artikel "William Morris, Edward Burne-Jones and 'The Rubáiyát of Omar Khayyám'" (februari 2004) is online te lezen op de site van Apollo (registratie verplicht).

JC - 7 mei 2004


The Rubáiyát of Omar Khayyám door Edward Burne-Jones en William Morris, 1872. Privé bezit