HomeArchive

Pirate prince of publishers
In een eerdere aflevering van Omariana (nr. 1, 2000) is aandacht besteed aan de Roycroft-uitgaven van de Rubáiyát, aanvankelijk een privé-onderneming van Elbert Hubbard, die geleidelijk aan uitgroeide tot een meer commercieel georiënteerde onderneming. In dezelfde periode als Hubbard begon Thomas Bird Mosher (1852-1923) zijn activiteiten als drukker-uitgever.
Evenals Hubbard was Mosher sterk beïnvloed door het werk en de ideeënwereld van William Morris. In tegenstelling tot Hubbard echter, die in eerste instantie naar een medium zocht om zijn eigen gedachtengoed uit te dragen en daarom maar zelf ging drukken en uitgeven, was het Mosher vooral te doen om de combinatie van 'fine writing' en 'fine printing', om het werk van anderen dus, met name literair werk.
Na een carrière van mislukkingen, een echtscheiding en ander slecht fortuin, nam Mosher in 1889 een kantoorboekhandel annex uitgeverij over en begon hij zichzelf te bekwamen in typografie en druktechnieken. Hij bouwde een eigen netwerkje van drukkers, boekbinders en papierleveranciers op. Moshers ambitie was het ‘gewone’ publiek te leren genieten van al het fraais en heerlijks dat de literatuur te bieden had. Zijn eerste publicatie, in 1891, was een heruitgave van Modern Love van George Mededith. Twee jaar later startte hij met een reeks uitgaven die hem beroemd maakte: The Bibelot Series.

Thomas Bird Mosher (1852-1923)

In deze reeks van 240 maandelijkse afleveringen gaf hij allerlei literaire juweeltjes uit, waarbij hij zich vooral liet leiden door zijn opvattingen over typografie, boekversiering en vormgeving. Net als bij Hubbard was het een reactie op de slechte boekverzorging in die tijd. Mosher zocht naar een ideale combinatie van het juiste papier, letterkeuze en minimaal gebruik van grafische elementen. Minstens zo belangrijk was voor Mosher ook het morele motief: hij geloofde dat de literatuur een rol speelde in het ontdekken van de zin van het leven en van ieders persoonlijke levenstragedie.
De Bibelot-reeks was een succes, wat mede te danken was aan het feit dat hij er in slaagde zijn uitgaven betaalbaar te houden. In totaal gaf hij 730 titels uit in verschillende series en reeksen. Hij had een fijne neus voor de minder bekende literaire juweeltjes en gaf ze uit zonder zich te bekommeren om auteursrechten of toestemming van de auteur.
Dat moest wel tot problemen leiden. Al in 1895 werd hij beschuldigd van literaire piraterij, onder andere door Andrew Lang. Op een klacht van deze laatste reageerde Mosher op een hem kenmerkende wijze:

The Bibelot Series


I have to-day mailed you copies of my Old World' edition of your translation of 'Aucassin and Nicolete.' I have simply taken what I admired, and am, no doubt, no better than my brother pirates. If there was, as you assume, any discourtesy, I am sorry for it. I can assure you I should enjoy your work, though you cursed me with a twenty devil curse. But why not let your good humor prevail and scribe the forcible entry of mere inability to keep my hands off your exquisite productions."

Niet iedereen nam aanstoot aan Moshers piraterij. Hij beperkte zich tot de Engelse literatuur en voor velen betekenden Moshers fraaie, verzorgde en betaalbare uitgaven een voet op Amerikaanse literaire bodem. Tenslotte was Mosher toch ook iemand met een verfijnde neus voor zaken doen. Zo was hij een van de eersten die hun titels uitbrachten in thematische series. De boekenliefhebber moest geprikkeld worden om de hele serie aan te schaffen. Vooral aan deze kant van de oceaan leverde men kritiek op deze commerciële aanpak. Het zou afbreuk doen aan het ideaal van de Arts and Craft-beweging, hetzelfde verwijt dat ook Hubbard trof.
Mosher gaf in totaal veertien verschillende reeksen uit, waaronder The Bibelot Series, The Old World Series, The Vest Pocket Series. Meestal was de oplage beperkt hetgeen het exclusieve karakter natuurlijk sterk verhoogde.
Thomas Mosher was een vurig bewonderaar van de Rubáiyát, die hij liefst meer dan twintig keer uitgaf. Hij was lid van de Amerikaanse Omar Khayyám Club en verzorgde meer dan eens publicaties van en voor de club, waaronder de beroemde rede van John Hay: In praise of Omar.
De Rubáiyát verschenen bij Mosher voor het eerst in 1894 in een uitgave in de Bibelot-reeks, oplage 725 exemplaren waarvan vijfentwintig op Japans perkament. De uitgave bevatte de tekst van FitzGeralds eerste en vierde versie, aangevuld met kwatrijnen uit de tweede versie, en met een lijst van Engelse, Amerikaanse en overige edities van de Rubáiyát.

Omslag van FitzGeralds vertaling in The Old World Series, 1900

In dezelfde reeks verscheen in 1896 de proza-vertaling van Justin Huntly McCarthy, oplage 925 exemplaren waarvan 100 op Japans perkament. Ook van Frederick York Powell werd een vertaling uitgebracht in de Bibelot-reeks, november 1907.
In de Old World Series gaf Mosher de Rubáiyát nog eens tien keer uit, steeds in de vertaling van FitzGerald. In elke nieuwe druk werd de bibliografische lijst van Rubaiyat-edities uitgebreid. De uitgaafjes waren zeer fraai verzorgd en de luxe exemplaren op Japans perkament werden afgeleverd in een eenvoudige cassette en verpakt in een beschermend papier. Voor enkele van deze edities was een ontwerp gebruikt van Bruce Rogers, een van de meest vooraanstaande boekverzorgers van die tijd.
Naast de Old World Series gaf Mosher de Vest Pocket Series uit. De boekjes in deze reeks waren eenvoudiger, goedkoper en kleiner. Ze waren rond de eeuwwisseling enorm populair. In deze reeks vinden we acht Rubáiyát-edities, steeds met een verschillend omslag. Bovendien werd elke titel in deze reeks in vier verschillende uitvoeringen uitgebracht, variërend van papieren omslag tot zacht leren en perkamenten bandjes. Mosher beweerde dat hij van een van deze Rubáiyát-edities in één jaar tijd 18.500 exemplaren had verkocht. In tegenstelling tot de andere series waren de oplagen in deze reeks niet beperkt.

Omslag van McCarthy's vertaling in The Bibelot Series, 1896

Maar daar bleef het niet bij. Buiten deze reeksen om produceerde Mosher nog een aantal bijzondere uitgaven. In 1902 bracht hij, in een oplage van 240 exemplaren, waarvan 40 op Japans perkament, een facismile-uitgave uit van FitzGeralds eerste editie uit 1859, aangevuld met facsimile-afdrukken van de titelpagina’s van de tweede, derde en vierde editie, en van enkele andere bijzondere edities.
In het jaar van zijn overlijden, 1923, drukte hij nog een uitgave van FitzGeralds derde versie op naam van Mr. en Mrs. Woods, bestemd voor privé-gebruik, in een oplage van 50 exemplaren op Japans perkament. Vermoedelijk zijn er meer van dit soort uitgaven ‘op bestelling’ gemaakt.
In 1907 tenslotte had Mosher nog een bibliografisch overzicht uitgegeven van Rubáiyát-edities, in een zeer beperkte oplage van vijfentwintig exemplaren, eveneens gedrukt op Japans perkament.
Mosher was inmiddels een gevierd uitgever die aan beide zijden van de oceaan vrienden had gemaakt, waaronder zelfs Andrew Lang, zijn vroegere tegenstrever. Hij werd gezien als een van de grondleggers van de productie van het betere boek, ondanks de kritiek op het commerciële karakter van zijn onderneming. Een gerenommeerd typograaf als Joseph Blumenthal prees Mosher als

Titelpagina van Moshers facsimile editie, 1902

"the first American to have established and sustained a program, over thirty-two years, of splendid literary output in consistently felicitous typographic form."

Er zijn nogal wat publicaties over Mosher verschenen. Van recente datum is de studie cq. bibliografie van Philip R. Bishop: Thomas Bird Mosher - Pirate Prince of Publishers. A Comprehensive Bibliography & Source Guide to The Mosher Books Reflecting England's National Literature & Design. Newcastle, Delaware: Oak Knoll Press; London: The British Library,1998. xvi, 536 pp.1998. xvi, 536 pp.

Meer informatie over Thomas B. Mosher is te vinden op de website The Mosher Press van Phil Bishop en Scott Anderson van de Millersville University.

Jos Coumans najaar 2001