HomeArchive

NEDERLANDSE PERSEN
Het werk van de Kelmscott Press werd in Nederland aanvankelijk met interesse en voorzichtigheid gevolgd. Er bestond hier een zekere voedingsbodem voor de ideeën van Morris. Jonge kunstenaars waren zich bewust van hun verantwoordelijkheid om “het groote gebouw van menschelijk willen en menschelijke vooruitgang” te helpen realiseren, zoals Walter Crane het formuleerde in zijn boek 'Claims of decorative art'. Als een van de eerste Nederlandse private presses kan de Zilverdistel worden beschouwd, in 1910 opgericht door de dichters J.C. Bloem, J. Greshoff en P.N. van Eyck. Zij verbonden zich in eerste instantie om “mooiere boeken te maken dan die gemeenlijk op de markt kwamen”. Bloem en Greshof kozen de teksten en bemoeiden zich met de vormgeving, maar het drukwerk werd uitbesteed aan commerciële drukkers zoals de firma Joh. Enschedé in Haarlem en Van der Wiel in Arnhem. Nadat Bloem en Greshoff zich hadden teruggetrokken trad J.F. van Royen toe, die de technische en artistieke leiding op zich nam. Van Royen had voor zijn tijd vergaande ideeën over drukwerk, typografie en vormgeving. In 1914 bezocht hij de drukkerijen van de Ashendene Press, de Eragny Press en de Doves Press om hun werk en technieken nader te bestuderen. Vanaf 1915 drukte hij op een eigen pers en nam hij de voor de Zilverdistel ontworpen letters Zilvertype en Disteltype in gebruik. Deze laatste letter was ontworpen door Lucien Pissarro van de Eragny Press. Van Royen wilde een letter die geschikt zou zijn voor het uitgeven van oude teksten. Uiteindelijk werd de Zilverdistel een eenmansaangelegenheid van Van Royen totdat hij in 1922 verder ging met de Kunera Pers. In de twintig jaar van het bestaan van deze pers verschenen slechts vijf titels. Van Royen werd in 1942 door de bezetters gearresteerd en overleed enkele maanden later in kamp Amersfoort.
In een verhaal over Nederlandse persen moet ook de Heuvelpers worden genoemd van S.H. de Roos, letterontwerper en typograaf, die voor Van Royen de Zilvertype had ontworpen. De Roos had al naam gemaakt als typograaf voor 'Kunst en Maatschappij', een bundeling opstellen van William Morris. De ideeën en de producties van Van Royen en De Roos zijn vaak onderwerp van discussie geweest voor de voorstanders van een meer sobere vormgeving, zoals J. van Krimpen. Deze beschouwde Van Royen als een maker van moderne incunabelen. Het ging Van Krimpen niet om ‘fine printing’ maar om ‘good printing’. De boekverzorger dient zich op de achtergrond te houden.
Op deze plaats moeten ook de namen genoemd worden van A.A.M. Stols, met zijn Halcyon Pers, en van zijn vriend en vakgenoot C. Nypels. Stols beklaagde zich over het feit dat er in Nederland nauwelijks echte boekenliefhebbers waren en dat de private press in Nederland nooit echt tot bloei was gekomen. Daar staat tegenover dat een aantal officiële drukkers en uitgevers, zoals hij zelf, of bijvoorbeeld de gebroeders W.L. & J. Brusse, die rol vervulden. Een van de kunstzinnige drukkerijen, zoals ze door H. van Krimpen worden genoemd, was de firma Mouton & Co. in Den Haag, waar de typograaf H. Friedlaender werkzaam was. In 1941 drukte deze firma clandestien een Rubáiyát in een oplage van driehonderd exemplaren, typografisch verzorgd door Friedlaender.

Geen private press maar een reguliere drukker was A.A. Balkema. Met zijn 5 Ponden Pers ontliep hij de Duitse voorschriften omtrent papiergebruik en in 1944 drukte hij illegaal twaalf exemplaren van de Rubáiyát, op ‘decent paper’, gebonden in een perkamenten bandje. In 1945 verscheen er een editie in een papieren omslag. Opvallend in deze uitgave was de sierlijke A waarmee FitzGerald het beroemde “Awake …” aanhief.
Behalve de eerder genoemde zijn er in Nederland tot na de tweede wereldoorlog geen echte private presses geweest. Een van de belangrijkste persen van na de oorlog is de Renildis Handpers waarmee Maurice Laudy vanaf 1957 grote faam verwierf. Vanaf de jaren zestig ontwikkelde zich in Nederland los van de commerciële drukkerij en uitgeverij een activiteit die met ‘margedrukken’ wordt aangeduid. Het is de gangbare term voor kleinschalige druk- en uitgeefactiviteiten, die zich buiten de commerciële kaders om bewegen. Veel van deze margedrukkers hebben zich verenigd in de Stichting Drukwerk in de Marge, opgericht in 1975. Doelstelling van de stichting is het bevorderen van onderling contact en het ondersteunen van de activiteiten van de margedrukkers. Verder mag in deze beperkte opsomming niet ontbreken de Nederlandse Vereeniging voor Druk- en Boekkunst, die in 1995 tien kwatrijnen uitgaf in de vertaling van P.C. Boutens met illustraties van W. Arondéus.
Tenslotte zij nog opgemerkt dat er, ook in Nederland, nogal wat ontwerpers, drukkers en uitgevers zijn geweest die zich met het goed verzorgde boek bezighielden en hun sporen nalieten in allerlei Khayyám-uitgaven, maar het valt buiten het bestek van deze bijdrage om er hier verder op in te gaan.
Het hierna volgende overzicht van Nederlandse persen vermeldt zowel de echte private press Omars als de uitgaven van margedrukkers en de bibliofiele uitgaven.

KUNERA PERS
Oostersch. Verzen naar Perzische en Arabische dichters door J.H. Leopold. Den Haag, 1992 [1924]
24 x 17 cm - 23 p.

Nadat Van Royen de samenwerking met Van Eyck had verbroken, ging hij met zijn pers onder een nieuwe naam verder: de Kunera Pers, genoemd naar de beschermheilige van de stad Rhenen. Was De Zilverdistel aanvankelijk meer een bibliofiele uitgeverij dan een private press, de Kunera Pers was dat wel. Het eerste boek dat van de drukpers kwam was 'Oostersch' van J.H. Leopold, met daarin de reeks ‘Soefisch’ met een Omar kwatrijn. Het was het vierde boek voor de Vereeniging der Vyftig, in een oplage van zeventig exemplaren, genummerd 1-50 en i-xx. Titel en initialen werden door Van Royen zelf verzorgd, terwijl de tekst werd gezet uit de Disteltype van Pisarro.

STICHTING DE ROOS
Omar Khayam. J.H. Leopold. [S.l., s.n.], [ca. 1953]
35 p.; 26 cm.

Bevat de reeksen Uit de 'Rubaijat' en 'Omar Khayam'. De Stichting De Roos werd in juni 1945 opgericht door Christiaan Leeflang, Charles Nypels en G.M. van Wees met als doel ‘het maken van boeken en drukwerken enkel om de ongerepte en dus ook onbaatzuchtige liefde voor typografie en kunst, in alle denkbare vormen waarin deze kunnen samengaan’. De uitgave is gedrukt in een oplage van 175 genummerde exemplaren, typografisch verzorgd door H. Salden, bestemd voor de leden van de stichting. Strikt genomen is De Roos geen private press en kan ze qua opzet vergeleken worden met de vroege Zilverdistel. De uitgangspunten en doelstellingen van de stichting sluiten aan bij de principes van de private press. De Omar Khayam werd gedrukt door de firma Thieme in Nijmegen.

RENILDIS HANDPERS
Uit de Rubaijat. Soefisch. Omar Khayam. J.H. Leopold. [Utrecht], 1967
(IV), IV, 105, I, (IV) p.; 20 cm.

Het zeventiende boek van de Renildis Handpers, gedrukt met de Romanée van J. van Krimpen in een oplage van twaalf exemplaren.
Laudy richtte zijn pers in 1957 op en drukte tot 1987 meer dan vijftig uitgaven, voor het merendeel middeleeuwse teksten in zeer beperkte oplagen, variërend van tien tot zevenentwintig exemplaren. Hij had de beschikking over een groot aantal lettertypes die hij in zijn werk steeds afwisselend gebruikte. Laudy’s werk wordt zeer hoog aangeslagen vanwege de zorgvuldige balans tussen afwerking en techniek en tussen tekst en typografie.

RAVENBERG PERS
Omar Khayyam. 75 kwatrijnen in het Nederlands vertaald en ingeleid door Dirk Jorritsma. Oosterbeek, 1983.
XIX, [79] p.; 14 cm.

De Ravenberg Pers is een kleine, onafhankelijke uitgeverij die zich heeft gespecialiseerd in het uitgeven van boeken in kleine oplage, veelal bibliofiel van aard, en meestal op het terrein van de poëzie of de beeldende kunst. Een aangekondigde luxe-editie van de Omar Khayyam uitgave is nooit verschenen. In 1989 verscheen, hoogst ongebruikelijk voor een private press, een tweede druk van vermelde uitgave.

AVALON PERS
Omar Khayyam. Rubaiyat. In de vertaling van Edward FitzGerald en Theo van Raalte. Woubrugge, 1992.
[71 p.]; 24 cm.

De Avalon Pers van Jan Keijser, opgericht in 1974, speelt al jaren een onmiskenbare rol bij alles wat met Omar Khayyám in Nederland te maken heeft. Naast deze Rubáiyát drukte de pers een aantal gelegenheidsdrukwerkjes met teksten uit Rubáiyát-vertalingen en geeft ze de Jaarboeken van het Nederlands Omar Khayyám Genootschap uit.

CATHARIJNE PERS
Rubáiyát of Omar Khayyám. Translated into English verse by Edward FitzGerald; introduced and edited by Jos Biegstraaten; illustrated by Ronald Balfour. Zuilichem, 1994
[43 p.]; 6,5 cm.

De Catharijne Pers werd in 1984 gesticht door Guus en Luce Thürkow en legt zich geheel toe op het vervaardigen van bibliofiele miniatuurboekjes. Het drukken werd uitbesteed aan gespecialiseerde drukkerijen, het snijden, naaien en binden werd zelf verzorgd. Van deze ‘standard edition’ werden honderdvijfenzeventig genummerde exemplaren gedrukt, gezet door J. Zeelenberg en gedrukt door J. de Jong. Naast deze editie werd een beperkte oplage verzorgd in een opbergcassette, met de naam van de eigenaar gedrukt.

NEDERLANDSE VEREENIGING VOOR DRUK- EN BOEKKUNST
Een schoone waanzin van de hoogste dichterlijke soort. Tien kwatrijnen van Omar Khayyam vertaald door P.C. Boutens met illustraties van W. Arondéus. [S.l.], 1995
[20 p.]; 32 cm.

Gedrukt door de Avalon Pers, Woubrugge, (tekst) en J. de Jong (illustraties) in een oplage van tweehonderd genummerde exemplaren. Willem Arondéus (1894-1943) maakte in de periode 1914-1920 een tiental illustraties bij Boutens’ vertaling, in de (ijdele) hoop dat er een geïllustreerde uitgave zou komen. De tekeningen kwamen in de loop der jaren terecht in particuliere handen totdat ze in 1993 werden geveild, waarna het in 1995 alsnog tot een uitgave kwam.

Jos Coumans
Januari 2005

OVERIGE NEDERLANDSE PRIVATE PRESS/MARGEDRUK UITGAVEN

Tien kwatrijnen van Omar-I-Chayyam. Zaandijk, Mieke en Klaas Woudt, 1951

Omar Khayyam vertaald door Johan van Schagen; litho's van Theo Forrer. Laren, Saturnusreeks, 1954

Omar Khayyam. Korrel stof in het heelal: een keuze uit de Rubayat, herdicht door H.G.S. Snijder. Amsterdam, De Beuk, 1989

Omar Khayyam. Acht kwatrijnen in de vertaling van J.H. Leopold. Woubrugge, Lupus, 1990

Omar Khayyam. Book of pots. Hardenberg, Watersnip press, 1992

In een verlaten huis vieren wij feest. Vijfenveertig kwatrijnen van Omar Khayyam vertaald uit het Engels door Geert Bremer. Bedum, Exponent, 1994

Kwatrijnen van Omar-I-Chayyâm. Amsterdam, De Dolle Hond, 2001