HomeArchive

Bij de Bardic Press verscheen in 2005 een heruitgave van de vertalingen van McCarthy en van Le Gallienne, naast de eerste en vijfde versie van FitzGerald. In een korte inleiding wordt deze uitgave verantwoord met de stelling dat je, als je de Rubaiyat in FitzGeralds vertaling wilt lezen, van meer dan één versie kennis moet nemen. Evenzeer kun je Omar Khayyam niet lezen zonder andere dan FitzGeralds vertalingen te raadplegen. De keuze viel daarbij op McCarthy omdat zijn prozaversie, met 466 kwatrijnen, de meest uitgebreide Engelstalige collectie zou zijn. Hetgeen feitelijk onjuist is aangezien de edities van bijvoorbeeld John Payne (1898) en E.F. Thompson (1906) respectievelijk 845 en 878 kwatrijnen bevatten.
Samen met Le Galliennes versie bieden deze vertalingen een gevarieerde kijk op de Rubaiyat. Dat is een lofwaardig streven, temeer omdat de vertalingen van McCarthy en Le Gallienne voor het eerst sinds lange tijd weer voor een breder publiek toegankelijk worden.

The quatrains of Omar Khayyám. Bardic Press, 2005

Justin Huntley McCarthy (1860-1936) publiceerde zijn prozavertaling bij David Nutt (London, 1889). Bijzonder aan deze uitgave is dat ze in haar geheel gedrukt is in kapitalen, waarvan een criticus in The Academy (1890) verzuchtte dat het was "as fatiguing to read as a type-written MS". Verder merkte deze recensent op: "Some shock (...) will have been given to the engouement of ardent Umarites by Mr. Huntley McCarthy's prose version of about 1800 stanzas attributed to their oracle. These are as unlike anything to be found in FitzGerald as Hobbe's Iliad is to Pope's or to the original Homer. If Umar Khayyam was the rollicking ruffianly sot represented in the greater part of these tetrastichs, he need give his heretofore admirers no further concern. It may, however, be permitted to doubt whether he is any more responsible for Mr. McCarthy's work than he was for FitzGerald's."
Het werk werd desalniettemin een aantal keren heruitgegeven, onder andere door Mosher (Portland, 1896), Nutt (London, 1898), Brentano's (New York, 1909).
Behalve deze edities waren er nog een aantal uitgaven waarin ook andere vertalingen werden opgenomen. Zo verscheen in 1896 bij Brentano's een editie met daarin ook FitzGeralds versie en in 1900 een uitgave met FitzGeralds vertaling en de versie van E.H. Whinfield (Boston, Little, Brown and Co.) In 1942 verschenen deze edities nog een keer samen in één band bij W. J. Black (New York)

De vertaling van McCarthy was één van de bronnen die P.C. Boutens gebruikte voor zijn 'Omar Khayyam'. Zie voor meer informatie over recente ontdekkingen omtrent Boutens' bronnen de artikelen van J.T.P. de Bruijn en M. Goud in Jaarboek 3 van het Nederlands Omar Khayyám Genootschap (Woubrugge, 2000)

Richard Le Gallienne (1866-1947) publiceerde een vertaling van de Rubaiyat die hij zelf kwalificeerde als een parafrase, of zoals de titel voluit luidde: "Rubáiyát of Omar Khayyám. A paraphrase from several literal translations" (London, Richards, 1897). In zijn inleiding verklaarde Le Gallienne zich schatplichtig aan met name McCarthy. Het werk werd verschillende keren herdrukt. In 1901 werden aan de oorspronkelijke collectie van 214 kwatrijnen vijftig nieuwe toegevoegd.
De kritiek was hem gunstig gezind. "The Catholic World" (1898) achtte zijn vertalig "worthy of high place in English letters".

J.A. Voorn vertaalde 120 kwatrijnen van Le Gallienne in het Nederlands (Deventer, 1966)

Richard le Gallienne

The quatrains of Omar Khayyám. Three translations of the Rubáiyát by Justin McCarthy, Richard Le Gallienne, Edward FitzGerald. Oregon House, Bardic Press, 2005.
ISBN 0-9745667-1-3