HomeArchive

Dat Mark Twain, het pseudoniem van Samuel L. Clemens (1835-1910), een grote bewondering voor Fitzgerald's Rubáiyát of Omar Khayyám koesterde, was bekend. Toch is het opvallend hoe weinig er geschreven is over diens bewerking van de Rubáiyát. In Potter's bibliografie uit 1929 komt de naam van Mark Twain niet voor. Toch worden 20 van zijn kwatrijnen genoemd in het hoofdstuk dat gaat over parodieën op de Rubáiyát in periodieken. Onder nummer 1250 maakt Potter namelijk melding van een Rubaiyat of Old Age, 20 kwatrijnen, gepubliceerd in McClure's Magazine van januari 1900.
Wie de kwatrijnen daar opzoekt, ziet dat deze deel uitmaken van een verhaal, getiteld "My Boyhood Dreams". Dit verhaal zou later dat jaar ook opgenomen worden in Twain's bundel The Man That Corrupted Hadleyburg.


Voor uitvoerige informatie over de ontstaansgeschiedenis van deze kwatrijnen moesten geïinteresseerden wachten op een uitgave van 47 kwatrijnen, die in 1983 verscheen. In dat jaar gaven Alan Gribben en Kevin B. Mac Donnell een kloek boek uit met de titel Mark Twain's Rubáiyát. Uit de inleiding van Gribben blijkt hoe diep Twain FitzGerald's Rubáiyát bewonderde. Aan het eind van zijn leven getuigde hij dat hij 28 jaar lang altijd een uitgave van dit werk met zich meegedragen had. Van het kwatrijn "Oh Thou, who Man of baser Earth didst make…" vond hij dat het de meest vergaande en grote gedachte bevatte ooit geuit in zo weinig woorden.
Dit door hem zo bewonderde en geliefde werk gebruikte Twain om een spottende, burleske en bittere parodie te schrijven. Gribben toont aan dat de kwatrijnen waarschijnlijk in 1898 tot stand kwamen. Clemens maakte toen een extreem moelijke tijd door. In 1896 was zijn dochter Susy, zijn oogappel, op 24-jarige leeftijd overleden, terwijl hij met zijn vrouw in Europa vertoefde om lezingen te houden. Zijn oudste broer, Orion, stierf een jaar later. Zijn vrouw Livy leed aan depressies na Susy's dood en kreeg last van de eerste symptonen van een hartkwaal, en zijn jongste dochter Jean bleek aan epilepsie te lijden. Bovendien was hij bankroet door speculaties in een project dat flopte.

Tegen deze achtergrond vormen de 47 spottende, burleske, bittere kwatrijnen die zijn overgeleverd een indringend 'document humain'. Twain verwoordt een verlangen naar de dood, schampert over de gebreken die gepaard gaan met het ouder worden, spot met impotentie en haalt bittere herinneringen op aan seksuele escapades en drankgelagen in bordelen.
Dat deze gedichten niet gepubliceerd werden in die dagen kan nauwelijks verwondering wekken. Twain probeerde in november 1898 in een overmoedige bui zestien kwatrijnen, waaronder zeer vrijmoedige, in een privé-uitgave gedrukt te krijgen onder de titel Omar's Old Age bij zijn uitgever Chatto & Windus in Londen, maar die bracht hem van dit voornemen af.

Mark Twain


Twintig niet al te schockerende kwatrijnen nam hij op in het eerder genoemde verhaal in 1900. Zijn biograaf Paine vond de stroken papier met de kwatrijnen na zijn dood, maar deed er een paperclipje op met een krabbeltje dat dit ongetwijfeld niet voor publicatie bestemd was. Twain's erfgenamen vonden dit kennelijk ook beter, en zo duurde het tot 1981 voor het handschrift geveild werd en in openbaarheid kon komen.

Tot slot enkele kwatrijnen uit Twain's Rubáiyát.

Sleep! for the Sun that scores another Day
Against the Tale allotted You to stay,
Reminding You, is Risen, and now
Serves Notice - ah, ignore it while You may!

The Joy of Life, that streaming through their Veins
Tumultuous swept, falls slack - and wanes
The Glory in the Eye and one by one
Life's Pleasures perish and make place for Pains.

Think - in this battered Caravanserai,
Whose Portals open stand all Night and Day,
How Microbe after Microbe with his Pomp
Arrives unasked, and comes to stay.

O Death, sole Precious Thing in This World's gift,
Behold us in this shabby Life adrift!
Have Thou our Worship - unto Thee,
Best Friend of Man, our tired Hearts we lift.

Myself when young did eagerly frequent
Some shady Houses, and heard Argument
About It and about; but evermore
I liked It well, and often in I went.

Behold - the Penis mightier than the Sword,
That leapt from Sheath at any heating Word
So long ago - is peaceful now and calm,
And dreams unmoved of ancient Conquests scored.

They say that He who dyed his Hair and wrought
To keep keep his youth by Falsities, and bought
Sham Calves and such - why, that Wild Ass!
The Lizard dances on his Grave - and ought.

Rheumatic Gout! - a momentary Taste
Of being dip'd in Hell full to the Waist, -
And lo, the mortal Misery has reached
The Limit of Endurance - O make Haste!

Jos Biegstraaten
November 2004