HomeArchive

De Rubáiyát zijn altijd een dankbaar onderwerp geweest voor ‘private presses’. Beroemde private press-edities zijn bijvoorbeeld de de Vale Press-editie, de Golden Cockerel-editie en ook nu nog verschijnen er uitgaven van meer of minder gerenommeerde privé-drukkerijen. Zoals bekend heeft de private press zijn ontstaan en bloei voor een groot deel te danken aan de Arts & Crafts-movement, die zich op het einde van de negentiende vorige eeuw vooral door het werk van John Ruskin en William Morris manifesteerde.
Het ontstaan van de A&C-movement, met name in de boekdrukkunst, wordt vaak gezien als een reactie op de opkomende mechanisering van de boekproductie en de daarmee gepaard gaande massaproductie. Daardoor dreigde het aloude ambachtswerk verloren te gaan: letters ontwerpen, snijden, het zetten, papier maken, drukken en binden.
In de VS kwam de A&C-movement vooral tot bloei door toedoen van Elbert Hubbard (1856-1915), een succesvol zakenman die zijn leven een andere wending wilde geven. Hubbard was op zoek naar een uitgever voor zijn filosofische geschriften maar besloot die uiteindelijk zelf uit te geven. In 1895 richtte hij daartoe de Roycrofters op, een werkgemeenschap van handwerkslieden die zich toelegde op het vervaardigen van artistiek verantwoorde, ambachtelijke kwaliteitsproducten. Voor zijn eigen geschriften stichtte hij de Roycroft Press, gebaseerd op dezelfde ideeën die Morris tot de Kelmscott Press brachten. Hubbard ontmoette Morris aan het eind van de 19e eeuw en werd sterk door hem beïnvloed.
In Europa werd met een zekere minachting op Hubbard neergekeken. Men vond hem een opportunist en een imitator, maar men had vooral moeite met Hubbards activiteiten omdat ze nogal commercieel van aard waren, waar de Europese stroming in de A&C-movement een sterk socialistisch karakter had. Niettemin was Hubbard met name in de VS succesvol. Zijn ideeën over gelijkheid tussen geslachten en rassen vinden er zelfs vandaag nog weerklank.
Voor de naam 'Roycroft' werden door Hubbard twee verklaringen gegeven. De naam Roycroft is ontleend aan twee Engelse drukkers uit de 17e eeuw: Thomas en Samuel Roycroft. Net als Morris greep ook Hubbard terug op middeleeuwse technieken en ideeën. Maar het woord Roycroft had voor Hubbard ook de connotatie: ‘Kings Craft’. Het was gebruikelijk in de Middeleeuwen om het beste van het handgemaakte product aan de koning af te staan. Het symbool van de Roycrofters stamt eveneens uit de middeleeuwen en werd gebruikt door monniken om aan te geven dat ze hun werk naar beste eer en geweten hadden voltooid en aan God opdroegen. In 1906 liet Hubbard het symbool, met een R er in, registreren als trademark van de Roycrofters. Tegenwoordig gebruikt de Roycroft Shop het symbool met een dubbele R er in.
Een koekjesfabriek gebruikt eenzelfde symbool, echter met een N in plaats van een R, hetgeen tot een auteursrechtelijk conflict leidde. Het werd in der minne geschikt doordat de koekjesfabriek beloofde nooit boeken te zullen uitgeven en de Roycroft Shop beloofde nooit koekjes te zullen verkopen.

Elbert Hubbard

Hubbard verloor een aantal van zijn vrienden tijdens de ramp met de Titanic. In 1915 kwam hij echter zelf samen met zijn vrouw om het leven toen de Lusitania, waarop ze zich bevonden, voor de Ierse kust werd getroffen door een Duitse torpedo.
De Roycroft Press bestond tot 1938, vanaf 1915 voortgezet door Hubbards zoon Bert. In 1976 werd op initiatief van enkele inwoners van East Aurora een Roycroft Campus opgericht met als doel het gedachtengoed van Hubbard en de Roycrofters in stand te houden. Aan de Roycroft Press waren enkele vaklui verbonden die later enige faam verwierven, onder wie Dard Hunter, die een aantal titelpagina’s ontwierp en Roycroftboeken illustreerde, onder andere een Rubáiyát uit 1908. Er bestaan ca. dertien Roycroft-edities van de Rubáiyát waarvan een aantal enkele keren herdrukt is. Van sommige uitgaven bestaan verschillende versies, waaraan steeds andere illustratoren gewerkt hebben. De Roycroft-uitgaven kenmerken zich onder meer door een heldere, eenvoudige vormgeving en een krachtige, rijke typografie. Verder is er veel aandacht besteed aan papierkeuze, bindwerk en aan een harmonische uitvoering van het hele werk. Desondanks waren critici vaak niet te spreken over de slappe en kwetsbare suède omslagen.
Het werk binnen de Roycroftgemeenschap werd gezien als een collectief gebeuren, vandaar dat men in colofons geen namen van medewerkers, zoals typografen of drukkers, vindt, met uitzondering van die van Hubbard zelf. In deze colofons wordt regelmatig op ietwat plechtstatige wijze aangekondigd dat het werk gedaan is: “So here then endeth The Rubaiyat of Omar Khayyam, as translated into English by Edward FitzGerald and done into a printed book by The Roycrofters, at their shop in East Aurora, which is in Erie County, New York, during September Nineteen Hundred and Eight.”, soms ook ‘in the year of grace...” Op soortgelijke wijze begint de editie van 1904: “So this then is a book of the Rubaiyat of Omar Khayyam ...”. De vroegere uitgaven zijn veelal uitgevoerd in handgekleurde initialen en decoratieve tekstkaders. De editie uit 1900 werd gedrukt vanaf platen waar de tekst in gegraveerd was.
De Roycroft-Rubáiyáts zijn weliswaar fraai uitgevoerd maar ze missen het imposante en robuuste en tegelijk ook elegante karakter van vergelijkbare private presses uit die tijd, zoals de Vale-press, Ashendene-press of Essex House-press. Voor de verzamelaar is het van belang te weten dat Hubbard het niet zo nauw nam met het begrip ‘Limited edition’. Sommige exemplaren kennen een nummer dat hoger is dan de vermelde oplage. Ook had Hubbard zijn medewerkers toestemming gegeven met zijn naam te signeren. Volgens de Roycroft Shop waren alleen de handtekening in zijn paspoort en op zijn betaalchecks echt.

Zie hier voor een aantal afbeeldingen van 'Roycroft Rubáiyáts'

Jos Coumans
December 1999