HomeArchive

Charles Robert Ashbee (1863-1942) richtte in 1888 de Guild of Handicraft op, naar het voorbeeld van de middeleeuwse gilden. Vakmanschap en opleiding gingen hand in hand en er was sprake van een co-operatie tussen de vaklui en leermeesters. De Guild, die nogal leunde op een soort van gilden-socialisme en op de ideeën van Morris, hield zich bezig met meubelmakerij, tapijtkunst, edelsmeedkunst en dergelijke. Toen de Kelmscott Press werd opgeheven, na de dood van Morris in 1896, nam Ashbee de drukpersen van de Kelmscott over, evenals een aantal drukkers die voor Morris werkten. Daarmee werd de Essex House Press, die in 1898 met haar activiteiten begon, als boekdrukkerij onderdeel van het brede spectrum van activiteiten van de Guild. Omstreeks 1907 trok Ashbee zich meer en meer terug en werd de leiding overgenomen door A. Coomaraswany. In 1910 werden de persen verkocht.

Door kenners wordt de Essex House Press tot de tweede signatuur gerekend, onder andere door een minder hoge kwaliteit en minder oorspronkelijkheid dan bijvoorbeeld het werk van de Vale Press, Eragny Press of Doves Press. Volgens Franklin echter waren de “books and bindings ... often excellent, experimental”.
De Rubáiyát werd gedrukt voor de leden van de Engelse Omar Khayyam Club, in een oplage van 115 exemplaren, waarvan 17 op perkament. Het gebruikte lettertype is de ‘Prayer Book’ letter, een van de twee letters die speciaal voor de Essex House Press werden ontwikkeld door E.P. Prince.

Rubáiyát of Omar Khayyám. Camden 1905
9x7; pp. viii+28; green limp lthr., silk ties.