HomeArchive

PARTICULIER
Veruit de meeste edities van de Rubáiyát zijn gedrukt en uitgegeven door commerciële bedrijven. Een relatief klein aantal is gedrukt op particuliere persen, door liefhebbers en amateurs die vaak echter over uitzonderlijk vakmanschap beschikten en soms ook uit het drukkersvak afkomstig waren. Het gaat dan over de zogenaamde 'private presses', waarmee zowel de individuele drukpers wordt bedoeld als de beweging die aan het einde van de 19e eeuw ontstond onder invloed van de 'Arts & Crafts Movement' en de ideeën van William Morris. In deze bijdrage komen de achtergronden en ontstaan van de private press beweging aan bod en passeren de Rubáiyáts van de grootste Engelse persen uit deze periode en de belangrijkste Nederlandse producties de revue.


DEFINITIE
Er bestaat geen algemeen geldende definitie van het begrip private press. Bibliopolis, het nationale informatiesysteem over de geschiedenis van het gedrukte boek, geeft als omschrijving: “letterlijk een privé drukpers; een vaak in een woning opgestelde zetterij en drukpers om in zeer kleine oplage fraai ogend drukwerk te maken, primair niet met een commercieel oogmerk”. Volgens een andere omschrijving heeft het begrip private press “in zijn eigenlijke betekenis betrekking … op niet commerciële en niet-bedrijfsmatig werkende boekproducenten, die uit liefde voor de drukkunst hun boeken vervaardigen”. Welke definitie men ook hanteert, kenmerkend voor een private press is het particuliere, het privé element, het ontbreken van een commerciële doel, de liefde voor het boek en het drukken en de aandacht voor de typografische vormgeving. In de meeste gevallen was en is de drukker ook de binder, uitgever en distributeur. Zijn werk verschijnt in een beperkte oplage, vaak bestemd voor een kleine vriendenkring, herdrukken zijn ongebruikelijk. In de hoogtijdagen van de grote Engelse persen werd een private press productie als een kunstvorm beschouwd, waarbij de hoogste eisen werden gesteld aan vormgeving, typografie, stijl en afwerking en het evenwicht tussen dit alles. Niet zelden was dit evenwicht enigszins zoek en viel er op de leesbaarheid van bijvoorbeeld een Kelmscott boek nogal wat af te dingen. Vanaf het ontstaan van de private press lag het werkterrein vooral bij de klassieke en contemporaine literatuur, en de Rubáiyát maakte daar sinds de ontdekking door Rossetti en de zijnen deel van uit.


ONTWIKKELING
Private presses waren van oorsprong een liefhebberij van koningen en edelen die graag over een eigen pers beschikten, soms uit politieke overwegingen, soms ook bedoeld als speelwerktuig. William Caxton (1420-1491) was de eerste die in Engeland met losse letters werkte. Hij drukte in 1474 op verzoek van de Margaretha, hertogin van Bourgondië, 'Recuyell of the Historyes of Troye', het eerste gedrukte Engelse boek.


Het was tegelijkertijd het allereerste private press boek. Met het verdwijnen van de adellijke levensstijl verdwenen ook dit soort persen en daarmee het specifieke vakmanschap. Dat betekende niet dat er geen private presses meer bestonden, maar met het opkomen van het utilitarisme kwam ook de massaproductie op gang die de overhand zou krijgen. Kwantiteit ging boven kwaliteit. “The chief characteristic of Victorian book production, it has been said, was not so much its bad taste, as the absence of any taste at all.” Maar er waren allerlei andere redenen waarom er private presses waren. Soms kon een auteur geen drukker vinden en ging hij zelf aan de slag, soms was men ontevreden over de kwaliteit van het geleverde en niet zelden kwam het voor dat men zelf ging drukken omdat er niet genoeg officiële exemplaren van een boek voorradig waren. Zo werd in 1870 in Columbus (VS) een illegale editie van de Rubáiyát gedrukt omdat de oplage van de eerste en tweede druk van FitzGeralds versie uitverkocht waren en de nood blijkbaar zo hoog was dat men niet kon wachten op nieuwe zending uit Engeland.


De aandacht voor de kwaliteit van het drukwerk begon te herleven in 1844 toen een van Engelands belangrijkste drukkerijen, de Chiswick Press, terug greep op de Caslon, een oudere letter die al in de achttiende eeuw in gebruik was. Tot die tijd namen de individuele drukkers meestal genoegen met lettertypes die in de handel waren. In 1888 hield Emery Walker, typograaf en letterontwerper, een lezing ter gelegenheid van een Arts and Crafts tentoonstelling in Londen, getiteld “Letterpress printing and illustration”. William Morris raakte onder de indruk en besloot een eigen drukkerij te beginnen, de Kelmscott Press en zelf een lettertype te ontwerpen, de Golden Type. Morris vond vele navolgers, zowel in Engeland als daarbuiten, en een aantal van zijn medewerkers ging na zijn dood in 1896 verder op de ingeslagen weg. Juist in deze periode ontstonden en bloeiden de grote private presses, en oefenden ze blijvende invloed uit op het boek en de boekdrukkunst. Een van de aspecten waarin het nieuwe private press boek zich onderscheidde van het oude, was dat het nadrukkelijk om een vorm van kunst ging, waarbij niet alleen het aloude vakmanschap in ere hersteld werd maar ook de overtuiging herleefde dat een goed verzorgd boek kon bijdragen tot een betere wereld.


Engelse persen
Ashendene Press
Vale Press
Essex House Press
Shakespeare Head Press
Golden Cockerel Press
Gwasg Y Gregynog
Nederlandse persen
Literatuur