HomeArchive

Nieuwe uitgave
In oktober 2003 verscheen bij uitgeverij YinYang Media Verlag een nieuwe uitgave van Hans Bethge's vertaling van Omars kwatrijnen onder de titel: 'Omar Khayyam. Nachdichtungen'. Eerdere uitgaven van deze vertaling verschenen in 1921 en in 1962, respectievelijk bij Propyläen Verlag, Berlijn en bij Rübsamen in Stuttgart.
Deze uitgave is deel acht in een reeks heruitgaven van Bethge's vertalingen van oosterse lyriek, in het kader van het Bethge-jubileumjaar 2001: de 125e geboortedag en de 55e sterfdag. De reeks is getiteld: 'Nachdichtungen orientalischer Lyriek' en zal elf deeltjes omvatten. Verder is er een nieuwe druk verzorgd van de biografie over Bethge door zijn neef Eberhard Gilbert Bethge.

Werk
Hoewel Bethge (Dessau 1876 - Kirchheim 1946) met eigen werk debuteerde, is hij vooral bekend geworden door zijn vele vertalingen of liever bewerkingen uit de oosterse literatuur. Daartoe horen bundeltjes als 'Die chinesische Flöte' (1907), 'Hafis' (1910), 'Japanischer Frühling' (1911), 'Arabische Nächte' (1912), 'Das türkische Liederbuch' (1913), 'Die indische Harfe' (1913), 'Pfirsischblüten aus China' (1920) en 'Omar Khayam' (1921). Onder het eigen werk vinden we novellen, drama's, essays, vertellingen en dagboeken.
Zijn oosterse verzen hebben talloze lezers gekend en de bundels worden tot op de dag van vandaag herdrukt. Men roemde Bethge's vertalingen vooral om hun fijngevoeligheid en ritmiek, en ondanks het feit dat hij geen chinees, japans of een andere oosterse taal kende, wist hij de juiste toon te treffen om zo voor zijn vele bewonderaars de weg naar de literaire schatten van de oriënt te wijzen, zoals voor hem Goethe, Rückert en Hesse deden. Wellicht is dat een van zijn grootste verdiensten.

Uitgave YinYang Medien Verlag, 2003

Geschiedenis
Bethge heeft zich bij zijn vertaling, naar eigen zeggen, gebaseerd op "frühere deutsche, französische und englische Vorbilder in Vers und Prosa ... besonderes auf Schack, Rosen, Bodenstedt, FitzGerald, Frilley, Nicolas". Er zou volgens Bethge toen al een hele serie Duitse vertalingen bestaan, maar geen enkele daarvan zou enige populariteit genieten. Of dat waar is valt te betwijfelen: van de vertaling van Bodenstedt (1881) was in 1889 al een vierde druk verschenen. Ook de versie van Schack (1878) was toen al een aantal keren herdrukt, evenals de vertaling van Rosen (1909).
In het Geleitwort bij de tweede editie heet het dat "die Fassung, die Hans Bethge den Weisheitssprüchen gab, geht zumeist auf die französischen Prosatexte von J.B. Niolas zurück ...; ausserdem auf die Ausgaben von Bodenstedt, dem Grafen Schack und FitzGerald". Dus hier niets meer over Rosen. De vorige editie had immers voor enige beroering gezorgd omdat Bethge sterk op Rosens vertaling geleund zou hebben. Het Geleitwort wordt afgesloten met de merkwaardige opmerking dat "die Handschrift des Rubaijat, jener ca. 600 frivoltiefsinnigen Vierzeiler des persischen Dichters ... 1912 beim Untergang der Titianic für alle Zeiten verloren gegangen ist". Dit misverstand is tot op de dag van vandaag nog niet uitgeroeid.

Nalatenschap
De publicatie van de eerste versie in 1921 zorgde voor enige opwinding onder vakgenoten omdat Bethge te dicht bij de vertaling van Rosen zou zijn gebleven. In een manuscript in zijn nalatenschap zijn deze verguisde kwatrijnen weggelaten en vervangen terwijl een aantal andere een ingrijpende bewerking ondergingen. Deze selectie was bestemd voor een tweede uitgave, die door uitgeverij Gyldendal in Berlijn was aangekondigd. Naar het schijnt is het nooit tot een uitgave gekomen, want er zijn geen andere gegevens over gevonden dan een prospectus waarin van een zevende druk sprake zou zijn. Bij Gyldendal zijn wel andere Nachdichtungen van Bethge verschenen.
De tweede uitgave, in 1962, werd door de erfgenamen van Bethge niet geautoriseerd. De keuze van de hierin opgenomen verzen verschilt nogal van de oorspronkelijke, maar ook de nieuwe, derde versie verschilt weer van zijn voorgangers.
Een vergelijking tussen de drie edities toont opmerkelijke verschillen aan. Samen tellen de drie uitgaven 171 verzen. Daarvan komen er 62 in alle drie de uitgaven voor, 6 in de eerste en de tweede, 34 in de eerste en de derde en 21 in de tweede en derde. 20 verzen komen alleen in de eerste versie voor, 23 alleen in de tweede en 5 alleen in de derde.
In een nawoord verklaart de uitgeefster haar keuze te baseren op persoonlijke voorkeuren. Daarbij valt ze veelal terug op oorspronkelijke versies, de correcties en eigen voorkeuren van Bethge daarbij negerend.
Omdat ook de volgorde van de verzen in de drie bundels nogal uiteenloopt, wekt het geheel een nogal rommelige indruk, al kunnen de huidige uitgeefster de vorige edities niet aangerekend worden.

De verzen
Van de 171 verzen die we in de drie bundels samen vinden, zijn er maar vijftien die de vorm van een kwatrijn aannemen. Echte Perzische kwatrijnen zijn het overigens niet, daarvoor wijkt het aantal versvoeten te veel af, evenals het voorgeschreven rijmschema.
Elk vers is voorzien van een titel, weliswaar ongebruikelijk maar niet uniek.
Bethge's vertaling of herdichting van oosterse lyriek werd algemeen erg gewaardeerd. Hij kende zelf geen Perzisch of Chinees, maar hij wist de juiste sfeer te scheppen. Bovendien beschikte hij over een verfijnde rhytmische techniek, wat zijn verzen bij uitstek geschikt maakte voor muzikale interpretaties. Niemand minder dan Gustav Mahler gebruikte Bethge's verzen voor zijn 'Lied von der Erde'.

Verder lezen
Op de website van YinYang Medien Verlag is een aparte site ingericht over Hans Bethge. Aldaar zijn ook voorbeelden van kwatrijnen en fragmenten van geluidsopnamen te vinden, evenals een opgave van enkele werken over Bethge.

Jos Coumans
Oktober 2003

Hans Bethge, 1936